De wettelijke indexering van alimentatie.

De wettelijke indexering van alimentatie.

.

Jaarlijkse  indexering.

De overeengekomen of vastgestelde alimentatie wordt jaarlijks, van rechtswege,  gewijzigd met een, door de Minister van Justitie ,vast te stellen percentage: de wettelijke indexering.

.

Het indexeringspercentage per 1 januari 2013 is vastgesteld op 1,7%.

.

Wettelijk vastgelegd.

Jaarlijks worden de alimentatiebedragen aangepast (geïndexeerd). Dit is in de wet vastgelegd in artikel 1:402a BW. De minister van Justitie stelt elk jaar in november daarvoor een percentage vast. Dit percentage wordt in de Staatscourant gepubliceerd. Met dit percentage wijzigen automatisch alle vastgestelde alimentatiebedragen op 1 januari van het jaar daarop (indexering).

.

Niet naar de rechter.

U hoeft daarvoor niet naar de rechter en u hoeft er ook geen speciale afspraken over te maken. Voor de vaststelling van het percentage wordt gekeken naar het loonindexcijfer, dat elk jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt berekend. Bij de berekening van het loonindexcijfer kijkt men naar de salarisontwikkeling bij het bedrijfsleven en de overheid en de ontwikkeling van salarissen in andere sectoren.

 

Uitzonderingen op de indexering.

.

Op automatische aanpassing van alimentaties zijn een aantal uitzonderingen:

.

Uitsluiten indexering.

U kunt samen afspreken dat de wettelijke indexering wordt uitgesloten. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. U kunt ook de rechter verzoeken de indexering uit te sluiten. Dit kan wenselijk zijn als alimentatieplichtige een vast inkomen heeft, dat niet meegaat met het loon- en prijspeil.

.

Uitsluiten voor bepaalde tijd.

Verder kunt u de indexering, bij overeenkomst of via de rechter, uitsluiten voor een bepaalde periode, bijvoorbeeld voor één jaar. Een reden hiervoor kan zijn, dat de alimentatie aan het eind van een jaar wordt vastgesteld en de alimentatieplichtige niet op korte termijn een loonsverhoging krijgt.

.

Andere vorm van aanpassing.

Tenslotte kunt u kiezen voor een andere vorm van automatische aanpassing, die dan in een overeenkomst wordt vastgelegd of aan de rechter wordt gevraagd. U kunt dan bijvoorbeeld kiezen voor een koppeling aan de loonontwikkeling van de alimentatieplichtige.

.

Informatieregeling.

Bij een dergelijke regeling van automatische aanpassing moeten beide partijen elkaar op de hoogte houden van wijzigingen die van belang zijn, bijvoorbeeld inkomenswijzigingen. U kunt daar samen een informatieregeling voor vaststellen. Als de rechter zo’n aanpassing op maat geeft, kan hij of zij ook vaststellen wanneer er informatie voor de aanpassing moet worden gegeven.

.

Meer informatie.

Voor meer informatie over bovenstaand onderwerp, kunt u contact opnemen met een van de advocaten van Echtscheidingservice, of stel uw vraag via de onderstaande knop. Een van onze echtscheidingsadvocaten zal deze vraag vervolgens zo snel mogelijk beantwoorden.

 

Stel uw vraag!

Moet U partneralimentatie betalen wanneer Uw ex-partner een nieuwe relatie heeft?

Moet U partneralimentatie betalen indien Uw ex-partner een nieuwe relatie heeft?

Nieuwe relatie.

Indien Uw ex-partner een nieuwe relatie krijgt dan kan er iets veranderen in zijn of haar financiële situatie. Als U partneralimentatie betaald aan uw ex-partner, kan dit dan ook aanleiding zijn voor een verlaging of stopzetting van de alimentatie.

Trouwen en geregistreerd partnerschap.

Gaat Uw ex-partner trouwen of een geregistreerd partnerschap aan, dan eindigt de alimentatieplicht automatisch, van rechtswege.

Samenwonen.

Wanneer Uw ex-partner gaat samenwonen betekent dit niet automatisch het einde van de alimentatieplicht, er ontstaat immers geen wettelijke onderhoudsplicht tussen uw ex-partner en haar nieuwe relatie.

Duurzaam samenwonen.

Slechts indien U kunt aantonen dat er sprake is van “duurzaam samenwonen” oftewel “samenwonen als ware men gehuwd” zal de rechter overwegen de alimentatieverplichting stop te zetten.

Voorwaarden.

Om te kunnen aantonen dat er sprake is van “duurzaam samenwonen” in de zin van artikel 1:160 BW,. moet er voldaan zijn aan drie voorwaarden.

1. Uw ex-partner en haar nieuwe partner moeten samenwonen.
2. Er moet sprake zijn van een gemeenschappelijke huishouding.
3. Er moet sprake zijn van affectieve relatie van duurzame aard waarbij de partners elkaar verzorgen.

Bewijzen.

Om dit aan te kunnen bewijzen zult U moeite moeten doen om feiten te verzamelen, het inschakelen van een recherchebureau kan hierbij nuttig zijn. Ook is het verstandig om getuigen te laten horen, die kunnen verklaren omtrent het samenwonen van de ex-partner, zoals familie, vrienden, kennissen en degene die met de ex-partner zou samenwonen.

Rechter terughoudend.

De praktijk leert dat de rechter zeer terughoudend is met het toekennen van een beroep op beëindiging van de alimentatieplicht vanwege het “samenwonen als ware men gehuwd”. De reden hiervoor is dat toekenning tot gevolg heeft dat de alimentatiegerechtigde geen partneralimentatie meer ontvangt en er ook geen nieuwe onderhoudsplichtige, die het verlies aan voorziening in het levensonderhoud kan opheffen, aanwezig is. De gevolgen voor de alimentatiegerechtigde zijn dan ook zeer ingrijpend.

Verlaging alimentatie.

Kiest de rechter ervoor de alimentatiegerechtigde te beschermen en kent hij het beroep op de beëindiging niet toe, dan staat voor de alimentatieplichtige staat wel nog een beroep op verlaging van het alimentatiebedrag open. Immers door de samenwoning worden er kosten gedeeld waardoor de behoeftigheid afneemt.

Verlossende “ja-woord”.

Samengevat is het geen vanzelfsprekendheid dat bij samenwoning de plicht tot betaling van partneralimentatie vervalt. Een definitief ja-woord tussen de ex-partner en de nieuwe partner zal in dergelijke gevallen dan ook vaak het enige verlossende antwoord, voor de alimentatieplichtige zijn!

Wenst U meer informatie over dit onderwerp, of heeft U andere vragen met betrekking tot Personen- en Familierecht? Neem vrijblijvend contact met ons op: 0475 419 419.