Heeft kinderalimentatie voorrang boven partneralimentatie?

Heeft kinderalimentatie voorrang boven partneralimentatie?

Uit een huwelijk kan, na echtscheiding, de situatie ontstaan, dat er behoefte is, aan een bijdrage in het levensonderhoud van de ex-partner, dit noemen we partneralimentatie. Is er ook sprake van kinderen, dan moeten deze ook in hun onderhoud worden voorzien, de zogenaamde kinderalimentatie. Heeft de bijdrage aan de kinderen voorrang?

 

Draagkracht

De uiteindelijk te betalen kinder- en/of partneralimentatie staat en valt bij de draagkracht van de onderhoudsplichtige. De alimentatieplichtige zal nooit meer alimentatie betalen, dan dat hij op basis van zijn draagkracht kan missen.

 

Draagkrachtberekening.

De maximale draagkracht wordt berekend, middels een zogenaamde draagkrachtberekening en is afhankelijk van het inkomen, de financiële verplichtingen, de woonlasten en eventuele belastingvoordelen, met andere woorden, de  zogenaamde lasten.

 

Noodzakelijke lasten

Bij de berekening van de draagkracht, voor kinderalimentatie, word gekeken naar het inkomen en de noodzakelijke lasten. De noodzakelijke lasten zijn lasten, die ten opzichte van het kind, als redelijk worden gezien. (Hieronder vallen bijvoorbeeld de aflossingen op huwelijkse schulden, de woonlasten en de premie ZVW.)

 

Kinderalimentatie

Uit de berekening, waarbij slechts rekening wordt gehouden met de noodzakelijke lasten , zal een bedrag volgen, wat de onderhoudsplichtige maximaal, per maand, kan missen, om bij te dragen in het levensonderhoud van de kinderen: de kinderalimentatie.

 

Draagkracht partneralimentatie

Om te bezien of de onderhoudsplichtige ook nog kan voorzien in een bijdrage in het levensonderhoud, van de ex-partner (de partneralimentatie), zal wederom een draagkrachtberekening gemaakt moeten worden.

.

Voorrang

Uit de “Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding” volgt, dat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (jonger dan 21 jaar)  voorrang heeft boven een eventuele bijdrage in het levensonderhoud naar de ex-partner toe.

 

Onvoldoende draagkracht voor partneralimentatie

Wanneer er een verplichting tot betaling van kinderalimentatie bestaat, heeft dit dus gevolgen voor de beschikbare draagkracht, voor het betalen van partneralimentatie. De praktijk leert ons dan ook, dat de draagkracht van de alimentatieplichtige, vaak onvoldoende is, om zowel aan de verplichtingen van kinderalimentatie, als de partneralimentatie te voldoen.

 

Een logisch gevolg van het feit, dat kinderalimentatie voorrang heeft boven partneralimentatie, de koek kan immers maar één keer verdeeld worden!

 

Meer informatie?

Voor meer informatie over bovenstaand onderwerp, kunt u contact opnemen met de advocaten van Echtscheidingservice, of stel uw vraag via onderstaande knop ‘Stel uw vraag’, een advocaat zal deze vraag vervolgens, zo spoedig mogelijk, beantwoorden.

 

 

Stel uw vraag!

Echtscheiding en de Belastingdienst

Echtscheiding en de Belastingdienst.

 

Een echtscheiding, of het uit elkaar gaan van partners kan verschillende gevolgen hebben, voor zowel de inkomstenbelasting, als voor toeslagen. De belangrijkste fiscale gevolgen heeft de Belastingdienst op een rijtje gezet op haar site.

Onderwerpen die van belang kunnen zijn, staan overzichtelijk bij elkaar op de site van de Belastingdienst.

  • Zo is snel het volgende na te gaan:
  • wat direct na het uit elkaar gaan moet worden geregeld;
  • hoe het zit met toeslagen;
  • wanneer fiscaal partnerschap eindigt;
  • hoe het zit met alimentatie;
  • of iemand recht heeft op een heffingskorting voor kinderen en;
  • wat in de inkomstenbelasting de fiscale gevolgen van een echtscheiding zijn op de persoonlijke situatie.

Onderstaand heb ik een aantal belangrijke punten eruit gelicht, voor verdere informatie is het raadzaam om de site van de Belastingdienst te raadplegen.

 

Fiscaal partnerschap

Was u getrouwd of had u een geregistreerd partnerschap? Dan bent u geen fiscale partners meer als u aan de volgende 2 voorwaarden voldoet:

  1. U hebt een verzoek gedaan tot scheiding of om uw geregistreerd partnerschap te laten ontbinden.
  2. U staat niet meer samen op hetzelfde adres ingeschreven bij de gemeente.

 

Woonde u samen en was u fiscale partners?

Dan bent u geen fiscale partners meer vanaf het moment dat u niet meer op hetzelfde adres staat ingeschreven bij de gemeente.

 

Gaat u tijdens het jaar uit elkaar?

Dan kunt u er voor dat jaar voor kiezen om het hele jaar als fiscale partners te worden beschouwd. U vult dan uw aangifte anders in.

 

Alimentatie

Betaalt u alimentatie voor uw ex-partner? Of woont uw ex-partner in een eigen woning die (deels) uw eigendom is?

Dan kunt u de betaalde alimentatie en andere kosten van uw onderhoudsverplichtingen in uw aangifte aftrekken.

 

Betaalt u alimentatie voor uw kinderen?

Als u voldoet aan de voorwaarden, mag u dit in uw aangifte aftrekken als levensonderhoud voor kinderen jonger dan 21 jaar.

 

Ontvangt u voor uzelf alimentatie? Of woont u in een eigen woning die (deels) eigendom is van uw ex-partner?

Dan hebt u alimentatie ontvangen. Dit moet u in uw aangifte opgeven als inkomen.

 

Gaat u uit elkaar en hebt u een kind?

Dan heeft u misschien recht op een inkomensafhankelijke combinatiekorting, of een alleenstaande ouder korting. U kunt hiervoor de rekenhulp van de Belastingdienst raadplegen.

 

Voorlopige aanslag

Krijgt u een voorlopige aanslag? Pas deze dan zo snel mogelijk aan uw nieuwe situatie aan. Zo voorkomt u dat u later bij moet betalen, of dat u nu te weinig terugkrijgt.

 

Toeslagen

Krijgt u een toeslag? Dan moet u daarvoor misschien een wijziging doorgeven.

 

Verhuizing

Als u verhuist, moet u dit doorgeven aan de gemeente. De Belastingdienst krijgt deze informatie vervolgens weer van uw gemeente.

 

Al met al zaken waar U rekening mee moet houden, wanneer U gaat scheiden! Het is dan ook raadzaam om deze zaken goed te regelen, om te voorkomen, dat u achteraf in de problemen komt.

 

Meer informatie?

Voor meer informatie over bovenstaand onderwerpen, kunt u contact opnemen met de advocaten van Echtscheidingservice, of stel uw vraag via onderstaande knop. Een echtscheidingsadvocaat zal deze vraag vervolgens zo snel mogelijk beantwoorden.

Stel uw vraag!

 

 

 

 

Mijn partner weigert een ouderschapsplan te ondertekenen, kan ik nu wel scheiden?

Mijn partner weigert een ouderschapsplan te ondertekenen, kan ik nu wel scheiden?

 

Ouderschapsplan verplicht.

Ouders, die gaan scheiden en samen het gezag hebben over hun minderjarige kinder(en), zijn verplicht om een ouderschapsplan op te stellen. Dit geldt overigens niet alleen bij echtscheiding, maar ook bij het uiteengaan na samenwonen en ontbinding van een geregistreerd partnerschap.

In het ouderschapsplan staan de afspraken over de verdeling van de zorg, opvoedingsstaken, omgang, informatie-uitwisseling en kinderalimentatie.

 

Maar wat als een van de ouders nu weigert, aan het opstellen van het plan, mee te werken?

Hier is geen eenduidig antwoord op te geven. De enige zekerheid die er is, is, dat er volgens de wet, wel een ouderschapsplan tot stand zal moeten komen/ afspraken vastgelegd dienen te worden, omdat anders simpelweg de echtscheiding niet zal worden uitgesproken.

 

Is een echtscheiding dan wel mogelijk, als het niet lukt om een ouderschapsplan op te stellen?

Ja, dit is zeker mogelijk. Hoewel het bij de invoering van het verplichte ouderschapsplan de bedoeling van de wetgever was, dat in geval van een echtscheiding, een rechtbank deze niet zou uitspreken, zolang de ouders niet een ouderschapsplan zouden overleggen. (de rechtbank zou het verzoek dan “niet ontvankelijk verklaren” zoals dat heet), leert de praktijk leert ons, dat rechters en rechtbanken dit verschillend interpreteren.

Zo zal de ene rechtbank zelf een ouderschapsplan opstellen, als ouders er niet uitkomen, terwijl de andere rechtbank de ouders weer terug naar de onderhandelingstafel stuurt. Soms worden de ouders doorverwezen naar Bureau Jeugdzorg in een poging om daar tot overeenstemming te komen.

 

Niet ontvankelijkheid.

Niet ontvankelijkheid van het verzoek tot echtscheiding zal dus niet snel voorkomen. Hoewel de rechter deze bevoegdheid wel heeft. Een niet ontvankelijkverklaring is ook niet wenselijk. Wanneer partijen samen niet in staat zijn een ouderschapsplan op te stellen, dan is het juist de rechtbank die partijen daarin moeten begeleiden. Partijen schieten er immers niets mee op wanneer het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk wordt verklaard.

 

Conclusie.

Uiteindelijk zullen er dus afspraken gemaakt worden, of door partijen onderling, of doordat de rechter de afspraken vastlegt. Het is derhalve niet zo, dat door het weigeren het ouderschapsplan te ondertekenen, de echtscheidingsprocedure eindeloos vertraagt kan worden.

 

Meer informatie?

Mocht u vragen hebben over het verloop van een echtscheidingsprocedure, dan kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen, of stel uw vraag via onderstaande knop, een van onze advocaten neemt dan contact met u op.

 

Stel uw vraag!

 

 

Schelden, moordpoging, zelfmoordpoging, geen alimentatieplicht?

Schelden, moordpoging, zelfmoordpoging, geen alimentatieplicht?

echtscheiding, alimentatie

Lotsverbondenheid

Het recht op partneralimentatie ontstaat als u gaat scheiden en zelf over onvoldoende financiële middelen beschikt. De basis van dat recht is het huwelijk en de lotsverbondenheid die tijdens het huwelijk is ontstaan.

Wanneer men zich echter, ten opzichte van de ex-partner, misdraagt, kan dit ertoe leiden, dat de lotsverbondenheid doorbroken wordt, waardoor niet langer van de ex partner verlangd kan worden, dat deze nog alimentatie betaalt.

 

Hof Arnhem

Zo heeft ook het hof Arnhem bepaald in oktober 2013. De rechtbank had, in dit geval, eerder vastgesteld dat de man partneralimentatie, ten behoeve van de vrouw, diende te betalen. De man was het hier niet mee eens en ging tegen deze beslissing in beroep.

Grievend

Hij stelde dat de vrouw zich, gedurende het huwelijk en daarna, zodanig grievend jegens, in het bijzonder hem, de kinderen en zijn (schoon)familie had gedragen dat de lotsverbondenheid verloren was gegaan.

Oordeel Hof

Het hof oordeelde, dat bij de beantwoording van de vraag, of er sprake is, van een plicht tot het meebetalen in levensonderhoud, van de ex-partner, inderdaad ook niet financiële factoren, zoals bijvoorbeeld grievend gedrag, een rol kunnen spelen.

 

Uitzonderlijke gevallen

Het hof was van oordeel, dat in uitzonderlijke gevallen, grievend gedrag van één van de ex-echtgenoten, ten opzichte van de ander, tot de conclusie kan leiden, dat aan iedere lotsverbondenheid tussen de gewezen echtgenoten een einde is gekomen, waardoor geoordeeld kan worden dat betaling van een uitkering tot levensonderhoud in redelijkheid niet kan worden gevergd.

Terughoudendheid

In het algemeen geldt echter wel dat bij de beoordeling in een concreet geval, of een zodanige situatie zich voordoet, terughoudendheid dient te worden betracht, dit mede gelet op het onherroepelijke karakter van zo’n beëindiging.

Emoties

Voorts dient bedacht te worden dat het, op zichzelf, niet ongebruikelijk is, dat een echtscheiding gepaard gaat met de nodige emoties. Niet iedere vorm van grievend gedrag is dan ook aanleiding om de onderhoudsverplichting te beëindigen, aldus het Hof

Kwaad daglicht

In dit specifieke geval was echter gebleken is dat de vrouw, de man, in een zeer kwaad daglicht had gesteld en zij, onder meer de kinderen van partijen, op ontoelaatbare en stuitende wijze, in de strijd tussen partijen had betrokken.

Uitschelden

Daarnaast was er sprake van van talloze stukken waarin de vrouw de man uitschold en vele brieven aan de kinderen, waarin zij zich jegens de man, buitengewoon kwetsend en respectloos uitliet.

Geen alimentatieplicht

De rechtbank was, gezien deze feiten, dan ook van oordeel, dat van de man in redelijkheid niet gevergd kon worden, dat hij een bijdrage leverde aan de kosten van levensonderhoud van de vrouw. Door haar kwetsende en grievende gedrag, was van enige lotsverbondenheid geen sprake meer. Het hof legde daarom aan de man geen alimentatieverplichting op.

Poging tot moord

Ook een poging tot moord kan een einde maken aan de lotsverbondenheid en alimentatieplicht.

In een Amsterdamse zaak (2007) liepen, tijdens de echtscheiding, de emoties bij de vrouw zo hoog op, dat zij haar man ernstig verwondde met een mes. De vrouw werd veroordeeld tot een gevangenisstraf, van zes jaar, wegens poging tot moord. Het verzoek van de man, om op basis van die omstandigheden geen alimentatie meer te hoeven betalen, werd door de rechter toegewezen.

Zelfmoordpoging

Een zelfmoordpoging werd door de rechtbank daarentegen niet aangemerkt als een situatie waarin er geen sprake meer zou zijn van lotsverbondenheid.

Arbeidsongeschikt

De man ondernam een zelfmoordpoging, waarbij hij, door een sprong van de derde verdieping, ernstig gewond raakte. Door zijn verwondingen was de man arbeidsongeschikt geraakt, waardoor hij aanspraak maakte op partneralimentatie.

Onder druk zetten

Volgens de vrouw was de man gesprongen, met de bedoeling de vrouw onder druk te zetten, om de echtscheiding niet door te zetten. Door dit handelen van de man was er, volgens de vrouw, geen sprake meer van lotsverbondenheid.

Onderhoudsverplichting niet beëindigd

De man weersprak dit. Volgens de rechtbank stond ook niet vast, dat de man had geprobeerd zelfmoord te plegen, om de vrouw onder druk te zetten. De rechtbank was dan ook van oordeel, dat de zelfmoordpoging, van de man, de lotsverbondenheid niet had doorbroken en zag geen aanleiding om de onderhoudsverplichting te beëindigen.

Vragen?

 

Mocht U vragen hebben met betrekking tot bovenstaande, of mocht U zich met een ander juridisch probleem geconfronteerd zien. Neem dan vrijblijvend contact met ons op: 0475 419 419, of stel uw vraag, middels onderstaande button.

 

Stel uw vraag!

 

Omgang, met de kleinkinderen, na een scheiding, een recht?

Omgang, met de kleinkinderen, na een scheiding, een recht?

 

In de ons omringende landen – België, Frankrijk, Duitsland – is het enige vereiste voor recht op omgang tussen grootouders en kleinkinderen, dat de omgang in het belang van het kind moet zijn. Volgens de Nederlandse wetgeving hebben grootouders echter géén wettelijk recht op omgang met hun kleinkinderen!

echtscheiding, kinderen, omgang, opa.

Verzoekschrift

Wel is het mogelijk om de Nederlandse rechter, middels een verzoekschrift, te verzoeken om een omgangsregeling vast te stellen. Voordat de rechter een dergelijke regeling vaststelt, dienen grootouders aan de rechter een tweetal dingen aan te tonen.

 

Nauwe persoonlijke relatie

Indien zij kunnen aantonen, dat zij een nauwe persoonlijke relatie hebben (gehad), met hun kleinkind, is de eerste stap al genomen en kan er, eventueel, een omgangsregeling worden vastgesteld.

 

“Family life”

Het criterium van een nauwe persoonlijke relatie wordt  ook wel ‘family life’ genoemd. Dat er sprake is van ‘family life’, in de zin van een nauwe persoonlijke betrekking, is voor de rechter echter geen gegeven en zal dus met feiten en omstandigheden aangetoond moeten worden. Het enkel zijn van opa of oma is dus onvoldoende, om door de rechter ontvankelijk te kunnen worden verklaard.

 

Aantonen “family life” moeilijk

Wanneer de rechter heeft vastgesteld dat er een nauwe persoonlijke betrekking is (family life), zijn de grootouders ontvankelijk in hun verzoek. Simpel zou men denken, maar in de praktijk blijkt echter, dat het geen eenvoudige opgave is, om voldoende concrete omstandigheden aan te tonen, waaruit een nauwe persoonlijke band, met de kleinkinderen kan worden afgeleid.

 

Gebruikelijke contact onvoldoende

Af en toe bij opa en oma op bezoek komen, of logeren wordt bijvoorbeeld als onvoldoende beschouwd. Contacten die niet anders kunnen worden beoordeeld, dan gebruikelijke contacten die in het dagelijks verkeer plaatsvinden, tussen grootouders en kleinkinderen, worden ook niet als bewijs niet als een bewijs voor family life gezien.

 

“Oppas grootouders” onvoldoende

Een verzoek van de grootouders tot omgang, waarvan vaststond dat zij de afgelopen drie jaar meerdere dagen per week hadden opgepast, op het kleinkind werd bijvoorbeeld, door de rechtbank, niet-ontvankelijk verklaard.

 

Afwijkende uitspraak

De rechtbank Haarlem daarentegen, overwoog in 2012 dat: “een kind heeft er in het algemeen baat bij om met zijn naaste familie (hechte) banden te hebben. Voor het ontwikkelen van die banden is omgang een onmisbare voorwaarde. Bijkomende omstandigheden als hiervoor genoemd kunnen gelegen zijn in de met het kind na de geboorte opgebouwde relatie.”

Het feit dat grootouders en kleinkinderen, in het recente verleden, regelmatig contact met elkaar hadden gehad, was volgens deze rechtbank dus wel voldoende, om de grootouders ontvankelijk te verklaren in hun verzoek.

 

Per geval bekeken

Uit bovenstaande blijkt dat de rechtbank een verzoek tot omgang dan ook per geval zal beoordelen en er geen eenduidige lijn in de jurisprudentie is te ontdekken.

 

In het belang van het kind

Naast het vaststellen van een nauwe persoonlijke relatie is de tweede voorwaarde, dat de rechter dient vast te stellen, dat de omgang tussen grootouders en hun kleinkind, in het belang van het kind is. De grootouders dienen zelf aan te voeren, dat het vaststellen van een omgangsregeling, in het belang van hun kleinkind is, de rechter gaat hier niet automatisch vanuit.

 

Ouderschapsplan

Er is echter een manier om op voorhand problemen te voorkomen. Wanneer ouders gaan scheiden en er is sprake van minderjarige kinderen, dienen zij namelijk een ouderschapsplan te overleggen, aan de rechtbank. Onderdeel van dit ouderschapsplan is de zorg- en contactregeling tussen ouders en kinderen.

 

Opnemen contactregeling grootouders

Ouders kunnen in dit ouderschapsplan ook een regeling opnemen, voor het contact tussen kinderen en hun grootouders. Hetgeen dan ook zeer aan te raden is, dit voorkomt immers een gang naar de rechtbank en een hoop spanningen achteraf!

 

Vragen?

Mocht U vragen hebben met betrekking tot bovenstaande, of mocht U zich met een ander juridisch probleem geconfronteerd zien. Neem dan vrijblijvend contact met ons op: 0475 419 419, of stel uw vraag, middels onderstaande button.

 

Stel uw vraag!

 

Wie krijgt de huurwoning?

Wie krijgt de huurwoning?

Bij scheiding van partners, die in een huurhuis wonen, zal één van de partners vaak ook nog na de scheiding, in de huurwoning willen blijven wonen. Als uw huwelijk of geregistreerd partnerschap eindigt, moet u, in dat geval, beslissen wie in de gezamenlijke huurwoning blijft wonen.

echtscheiding, alimentatie

Onderling overleg

Wie van de partners, na de echtscheiding, in het huis blijft wonen, mag u, in onderling overleg, zelf bepalen.U heeft, omdat getrouwd bent allebei evenveel recht op de woning.

 

Overeenstemming

Is uw partner het ermee eens, dat u in de huurwoning blijft? Dan kunt u blijven wonen. Het huurcontract loopt gewoon door. U hoeft alleen maar de verhuurder schriftelijk te melden, dat u voortaan alleen in de woning woont. De verhuurder kan geen bezwaar maken.

 

Geen overeenstemming

Zoals reeds vermeld, bepaalt u, met uw partner, in eerste instantie zelf, wie er na de scheiding in het huis blijft wonen. Indien u er niet samen uitkomt, dan kunt u het aan een rechter voorleggen, deze zal dan een afweging maken.

 

Kinderen

Als u en uw partner kinderen hebben, is er een grote kans dat de rechter het huis toewijst aan degene, bij wie de kinderen meer dan de helft van de tijd wonen. Als er geen kinderen zijn, maakt de rechter een belangenafweging.

 

Duur van bewoning

Als uw partner reeds voor het huwelijk in de huurwoning woonde, dan speelt, in de belangenafweging van de rechtbank, de duur van het afzonderlijke verblijf van beide echtgenoten in de woning, onder meer een rol.

 

Geen onderscheid hoofdhuurder, medehuurder

Indien U als huurder trouwt, dan wordt uw partner automatisch medehuurder. De rechter maakt echter geen onderscheid tussen de situatie dat u voor de echtscheiding hoofdhuurder of medehuurder was. De rechter kijkt naar wat een eerlijke beslissing is.

 

Het huis verlaten

Een veelvoorkomende misvatting is overigens, dat men het recht op verblijf in het huis verliest, wanneer men, vrijwillig, tijdelijk de woning verlaat. Als huurder geeft men hiermee geen rechten op.

 

Huurwoning en voorlopige voorziening

Om er zeker van te zijn dat u in het huurhuis kunt blijven wonen, kan uw advocaat, namens u, bij de rechter een voorlopige voorziening, voor het gebruik van de woning, aanvragen. De partner moet dan het huurhuis verlaten voor de duur van de procedure.

 

Verlenging

De voorlopige voorziening eindigt zodra de scheiding definitief is. Indien de rechter besluit dat het huurhuis aan uw ex-partner dient te worden toegewezen, kunt U om verlenging van de voorlopige voorziening vragen, zodat U niet meteen de woning hoeft te verlaten.

 

Advocaat

Het verdient natuurlijk de voorkeur, zeker in het geval er sprake is van kinderen, dat u er in onderling overleg uitkomt. Mocht dit echter niet lukken, dan zult u het aan de rechter moeten voorleggen, een echtscheidingsadvocaat van ons kantoor kan u hierin vakkundig bijstaan

 

Vragen

Mocht U vragen hebben met betrekking tot bovenstaande, of mocht U zich met een ander juridisch probleem geconfronteerd zien. Neem dan vrijblijvend contact met ons op: 0475 419 419, of stel uw vraag, middels onderstaande button.

Stel uw vraag!

 

 

 

Verdeling van schulden bij echtscheiding

Verdeling van schulden bij echtscheiding

Indien u bent getrouwd, in gemeenschap van goederen, ontstaat er een zogenaamde huwelijksgoederengemeenschap, op het moment van trouwen. Bij echtscheiding moet de huwelijksgemeenschap worden verdeeld.

echtscheiding, alimentatie

Schulden verdelen

Indien er schulden in deze huwelijksgemeenschap zijn ingebracht, of er zijn schulden tijdens het huwelijk ontstaan, dan moeten deze schulden bij scheiding, tussen de twee ex-partners ook worden verdeeld. Ze maken immers deel uit van de huwelijksgemeenschap.

 

Huwelijkse schulden

Voor schulden die gemaakt zijn tijdens het huwelijk geldt in principe dat deze gelijk over de ex-partners worden verdeeld. Hierbij geldt dat u beiden hoofdelijk aansprakelijk bent voor de schulden. Dit brengt met zich mee dat een schuldeiser zijn totale vordering op een van beide partners kan verhalen, en dat deze dan de helft weer kan verhalen op de ander.

 

Voorhuwelijkse schulden

Ook schulden aangegaan door één van de partners vóór het huwelijk, vallen in principe in de huwelijksgemeenschap. Op het moment van trouwen en het ontstaan van de huwelijksgemeenschap zijn deze schulden gemeenschappelijk geworden. Slechts bij hoge uitzondering en onder bepaalde voorwaarden vallen deze niet onder de gemeenschap. Uw advocaat kan U hier meer over vertellen.

 

Geen onderscheid

Of het nu gaat om een hypotheekschuld, kredieten of creditcards, over het algemeen wordt tussen het soort schuld geen onderscheid gemaakt. In de praktijk vallen dan ook bijna alle schulden in de gemeenschap.

 

Verknochte schulden niet delen

Een uitzondering hierop is wanneer een schuld aan een van de ex-partners verknocht is. Is een schuld verknocht, dan valt deze niet in de gemeenschap en dient de schuld dus door één van de echtgenoten te worden gedragen.

 

Wanneer verknocht?

Verknochtheid wordt in de praktijk, door de rechter echter alleen bij hoge uitzondering aangenomen.Hierbij moet men bijvoorbeeld denken aan schulden die rusten op een privé-goed.

 

Successierechten

Een duidelijk voorbeeld, van een verknochte schuld, zijn de successierechten die worden geheven over een erfenis die onder uitsluitings- clausule is verkregen. Deze schulden vallen niet in de gemeenschap van goederen. De (ex-) echtgenoot hoeft niet mee te betalen aan de successierechten en kan ook niet door de fiscus worden aangesproken.

 

Strafrechtelijke boete

Een ander voorbeeld van een verknochte schuld,  is een schuld wegens een strafrechtelijke boete, voor mishandeling van de vrouw, deze schuld is volgens de rechtbank verknocht aan de man.

 

Voorlopige voorziening

Alle schulden moeten dus verdeeld worden. Schulden die zijn aangegaan tijdens het huwelijk en de schulden die gemaakt zijn voor het huwelijk. De hoogte van de schuld wordt bepaald op de dag van de ontbinding van het huwelijk. Om te voorkomen dat U ook nog opdraait voor toekomstige schulden, kunt U via een advocaat een voorlopige voorziening aanvragen. De rechter neemt dan een voorlopige beslissing over de boedelverdeling.

 

Meer informatie?

Mocht U vragen hebben met betrekking tot bovenstaande, of mocht U zich met een ander juridisch probleem geconfronteerd zien. Neem dan vrijblijvend contact met ons op: 0475 419 419, of stel uw vraag, middels onderstaande button.

 

Stel uw vraag!

Samenwonen met nieuwe partner is meestal geen reden voor beëindiging alimentatie.

Samenwonen met nieuwe partner is meestal geen reden voor beëindiging alimentatie.

In het Burgerlijk Wetboek is in artikel 160 van boek 1 (1:160 BW) bepaald, dat de aanspraak op alimentatie eindigt, als diegene die alimentatie ontvangt (alimentatiegerechtigde) met een ander in het huwelijk treedt, of een geregistreerd partnerschap aangaat, of als de alimentatiegerechtigde met de ander gaat samenwonen “als waren zij gehuwd”.

echtscheiding, alimentatie

‘samenwonen als waren zij gehuwd’

Als de ex partner opnieuw in het huwelijk treedt of een geregistreerd partnerschap is aangaat is dit natuurlijk eenvoudig aan te tonen. Echter, van ‘samenwonen als waren zij gehuwd’ is niet snel sprake, zoals blijkt uit de lijn die de Hoge Raad hierin volgt.

Vanwege het uitzonderlijke en definitieve karakter van de beëindiging van de alimentatieaanspraak, mag namelijk niet te snel worden aangenomen dat er sprake is van “samenwonen als waren zij gehuwd” en dat daarmee is voldaan, aan de eisen voor de beëindiging van de verplichting tot alimentatiebetaling

 

Samenwonen met (nog) gehuwde partner

In een recent arrest van de Hoge Raad was er sprake van een bijzondere situatie. De alimentatiegerechtigde vrouw, woonde samen met een  nieuwe partner, die zelf nog gehuwd was. (HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2058)

 

Verzoek afgewezen

De man verzocht, in eerste instantie, de rechtbank, om de alimentatieverplichting stop te zetten omdat, volgens hem, zijn vrouw en haar nieuwe partner “samenwoonden als waren zij gehuwd”. Omdat de nieuwe partner van de vrouw echter zelf nog getrouwd was, zag de rechtbank hierin reden om het verzoek van de man af te wijzen.

Hoger beroep

De man neemt geen genoegen met deze uitspraak van de rechtbank en gaat in hoger beroep. Het hof stelt de man in het gelijk en laat hierbij meewegen dat het huwelijk van de nieuwe partner opzettelijk in stand zou worden gelaten om de alimentatieaanspraak te behouden.

 

Hoge Raad

De Hoge Raad vernietigt echter dit oordeel. De Hoge Raad stelt voorop dat “het samenleven met een gehuwde partner niet valt onder art. 1:160 BW zolang diens huwelijk voortduurt.” Het feit het huwelijk van de ander in stand wordt gelaten, met de bedoeling ervoor te zorgen dat er nog steeds aanspraak op alimentatie kan worden gemaakt, verandert hier volgens de Hoge Raad niets aan!

De Hoge Raad is van mening dat wanneer deze omstandigheid wel zou worden betiteld als “samenwonen als waren zij gehuwd” dit tot gevolg zou hebben dat art. 1:160 BW  van toepassing zou zijn. Dit zou dan weer leiden tot het ingrijpende gevolg dat de alimentatieplicht definitief komt te vervallen. De positie van de alimentatiegerechtigde vrouw ten opzichte van haar nieuwe (nog gehuwde) partner, verschilt echter wezenlijk van die in een huwelijk, aldus de Hoge Raad. (De nieuwe partner is immers nog gehuwd).

 

Conclusie

De lijn van de Hoge Raad is duidelijk: Het samenwonen, met een gehuwde partner, kan niet worden aangemerkt als “samenwonen als waren men gehuwd” en valt dan ook niet onder het bereik van art. 1:160 BW. Dit houdt in dat deze vorm van samenwonen dan ook geen grond is voor de beeïndiging van de alimentatie. De omstandigheid dat een huwelijk, van de nieuwe partner,  louter en alleen in stand wordt gehouden, om de alimentatieaanspraak te behouden, maakt dat niet anders.

 

Meer informatie?

Mocht U vragen hebben met betrekking tot bovenstaande, of mocht U zich met een ander juridisch probleem geconfronteerd zien. Neem dan vrijblijvend contact met ons op: 0475 419 419, of stel uw vraag, middels onderstaande button.

 

Stel uw vraag!

 

 

Heeft uw partner recht op uw “gouden handdruk” bij echtscheiding?

Heeft uw partner recht op uw “gouden handdruk” bij echtscheiding?

 

Gouden handdruk

De vraag of uw partner aanspraak kan maken, op een door u ontvangen gouden handdruk is afhankelijk van de vraag wat u met deze vergoeding heeft gedaan?

advocaat, echtscheiding, alimentatie

In onderstaand voorbeeld gaan we er vanuit dat u bent getrouwd in gemeenschap van goederen. Indien u gehuwd bent op huwelijksvoorwaarden, is de vraag of de ander recht heeft op een deel van de vergoeding, afhankelijk van de inhoud van de huwelijksvoorwaarden.

 

Periodieke uitkeringen

Heeft u het geld van de vergoeding aangewend voor het afsluiten een verzekering, waaruit periodieke betalingen zullen worden gedaan, als aanvulling op het inkomen? Dan valt de waarde van deze bankspaarrekening of verzekering niet in de gemeenschap van goederen. In 2008 heeft de Hoge Raad beslist dat deze moeten worden gezien als “verknochte goederen”en deze hoeven dan ook niet te worden verdeeld bij de echtscheiding.

 

Verknochte goederen

Persoonlijk ‘verknochte’ zaken hoeven niet te worden gedeeld zoals: kleding, studieboeken en sieraden. Verknocht betekent dat het goed of de schuld, op een zo bijzondere en dusdanige wijze aan de ander toebehoort, dat deze buiten de gemeenschap valt. De verknochtheid wordt onder andere bepaald, door de maatschappelijke opvattingen hierover.

 

In één keer ontvangen

Heeft u de gouden handdruk, in één keer, door de werkgever uit laten keren? Dan is de gouden handdruk netto vermogen en valt de ontvangen netto uitkering meteen in de gemeenschap en moet dus bij echtscheiding worden verdeeld.

 

Inkomstenvoorziening voor de toekomst

Is de gouden handdruk gestort op een bankspaarrekening of stamrechtverzekering, als inkomstenvoorziening voor de toekomst? Dan is de rechtbank van mening dat de gouden handdruk niet verknocht is en het dus tot de gemeenschap van goederen behoort. Het saldo van de bankspaarrekening of de stamrechtverzekering dient dan ook verrekend te worden tussen beide echtgenoten. ( Hof Amsterdam 22 januari 2013, nr. 200.111.263/01.)

 

Keuzes

De rechten van een partner ten aanzien van een gouden handdruk zijn dan ook afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden. Keuzes die U vaak niet zelf kunt maken, maar waarbij wij u, met raad en daad, in kunnen bijstaan, zodat u tot een weloverwogen beslissing kunt komen.

 

Meer informatie

 

Voor meer informatie over bovenstaand onderwerp, kunt u contact opnemen met de advocaten van Echtscheidingservice, of stel uw vraag via de onderstaande knop. Een echtscheidingsadvocaat zal deze vraag vervolgens zo snel mogelijk beantwoorden

 

Stel uw vraag!