De navolgende uitspraken behelzen enkele discussies die kunnen ontstaan over pensioenaanspraken bij echtscheiding:
Het Gerechtshof te ’s-Gravenhage wees op 11 november 2009 het verzoek van een vrouw, welke medewerking van haar ex-echtgenoot wilde afdwingen tot conversie van de door hem opgebouwde pensioenaanspraken, af, omdat uit artikel 5 van de WVPS volgt dat er geen wettelijk recht op conversie is.
Indien pensioenaanspraken bij een scheiding worden verdeeld, is conversie een goede oplossing. Bij conversie bestaat er geen verbintenis meer tussen de ex-partners, maar beiden krijgen een zelfstandig recht bij de pensioenuitvoerder. Conversie is echter niet de hoofdregel. Uit deze uitspraak blijkt maar weer dat conversie geen recht is en dat alle partijen hieraan moeten meewerken. Er is echter wel een uitspraak bekend waarbij een vrouw werd verplicht mee te werken aan conversie. De motivatie hierbij was dat afwikkeling conform pensioenverevening zonder conversie voor de vrouw gunstig en voor de man zeer nadelig zou zijn. Tevens hadden de pensioenuitvoerders reeds aangegeven bereid te zijn mee te werken aan conversie.
Het Gerechtshof ’s-Gravenhage wees op 25 november 2009 de navolgende vordering af: het betrof een man die stelde dat de Wet Verevening Pensioenrechten niet van toepassing was op de door hem in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken. Zijn motivering hiervoor was dat de opbouw van de pensioenvoorziening slechts boekhoudkundige handelingen betroffen die alleen een fiscaal voordeel tot doel hadden. De man gaf tevens aan dat het nooit zijn intentie was om een daadwerkelijke voorziening voor ouderdomspensioen te treffen en dat er geen liquiditeit gecreëerd kon worden om de pensioenrechten te realiseren. Volgens de man zou de continuïteit van zijn onderneming in gevaar komen als de pensioenrechten moesten worden gerealiseerd.
De man werd niet in het gelijk gesteld door het hof. Uit artikel 1 lid 4 van de WVPS volgt dat de wet eveneens van toepassing is op een pensioenovereenkomst gesloten met een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. Vervolgens zal nog beoordeeld moeten worden of de waarde van pensioenrechten aan het ondernemingsvermogen onttrokken kan worden.
Het moge duidelijk zijn dat, indien door een directeur-grootaandeelhouder wordt gekozen om pensioen op te gaan bouwen er ook stil moet worden gestaan bij de gevolgen voor het pensioen bij een verandering van de privésituatie, zoals een scheiding. Of de primaire reden voor de pensioenopbouw in eigen beheer alleen fiscaal voordeel is, doet hierbij niet ter zake.
Of de man op basis van een gebrek aan liquiditeiten in de onderneming kan voorkomen dat de pensioenaanspraken ook daadwerkelijk moeten worden afgestort bij een verzekeraar valt nog te bezien. Er zijn inmiddels meerdere uitspraken bekend waarbij werd verplicht de pensioenaanspraken uit de ondernemingssfeer te halen en af te storten bij een verzekeraar.
Uit bovenstaande blijkt dat pensioen en scheiding tot vervelende verrassingen en veel discussie kan leiden. Dit kan worden voorkomen door bij het opmaken van de huwelijkse voorwaarden afspraken te maken over de pensioenverdeling.
Door: Mw. Mr. L.L.C. Habets







