Nu is de rechter erbij gehaald en nu moeten mijn broer en ik zeggen bij wie we het liefst willen wonen. Ik vind het alleen zo moeilijk om te kiezen. Eigenlijk wil ik het liefst bij mijn moeder blijven, maar ik vind het ook zo zielig voor mijn vader. Die zit nu maar de hele tijd in z’n eentje thuis.
Over twee weken moet ik aan de rechter doorgeven voor wie ik kies. Op school heb ik nu proefwerkweek, maar dat gaat helemaal niet goed. Ik kan me niet concentreren, want ik moet constant aan mijn vader en moeder denken. En aan mijn broer, want ik wil wel bij hem blijven wonen. Dat vind ik gewoon belangrijk. We hebben wel eens ruzie, maar verder kunnen we wel heel goed met elkaar opschieten. Binnenkort komt er iemand van de Raad voor de Kinderbescherming met ons praten, om te horen hoe het met ons gaat en te kijken wat het beste voor ons is. Dat vind ik wel fijn.





